Doorgaan naar hoofdinhoud
Portretfoto familie

Het FAM. verhaal

DRIE GENERATIES ONDER TWEE DAKEN


Stephanie (33) en Cas (50) wonen met hun zonen Julius (3) en Tom (5 maanden) in Assen, in het voormalige huis van Stephanies moeder Ingrid (64). Die verhuisde naar een speciaal voor haar gebouwde woning in de tuin. ‘Je deelt automatisch meer als je zo dicht bij elkaar woont.’

Stephanie: ‘Toen ik twaalf jaar geleden uit dit huis vertrok, had ik niet gedacht dat ik er ooit terug zou komen. Mijn moeder had haar leven, ik het mijne. Maar nadat het zaadje eenmaal was geplant, ging ik het idee steeds aantrekkelijker vinden. We houden allemaal heel erg van gezelligheid; familie en vrienden komen als vanzelf in dit huis samen. En de omgeving is prachtig. Het leek me fantastisch om mijn kinderen hier te kunnen laten opgroeien, vlakbij hun oma. Mijn moeder zou op haar geliefde plek kunnen blijven, en we zouden veel meer kunnen delen. Eigenlijk waren er dus alleen maar voordelen. Wel vond ik het belangrijk om voldoende tijd met mijn eigen gezin te houden. Vandaar dat we vooraf duidelijk hebben afgesproken dat we

van maandag tot en met donderdag ieder onze eigen gang gaan. Dan zijn we dus gewoon “buren”. In het weekend zoeken we elkaar op, en eten we ook samen.

‘Doordeweeks zijn we gewoon buren’

In het begin bleek die scheiding trouwens best lastig voor mijn moeder. Dan liep ze onaangekondigd binnen om iets te pakken, of de post te brengen. Daar voelde ik me niet prettig bij. Gelukkig durven we dit soort zaken naar elkaar uit te spreken. Dat moet denk ik ook, wil je een constructie als deze laten slagen. Nu respecteert mijn moeder onze privacy, en gaat alles van een leien dakje. Wij helpen haar met klussen in en om het huis, zij past een halve dag per week op onze kinderen. We genieten er allemaal ontzettend van dat onze levens zo nauw verbonden zijn. Tegelijkertijd gaan we ieder onze eigen weg. Beter kan het niet.’

Cas: ‘Mensen vragen wel eens of het niet ongemakkelijk is, je schoonmoeder in de tuin. Maar ik vind het alleen maar leuk. Ingrid en ik kenden elkaar al voordat Stephanie en ik een relatie kregen. We konden het altijd prima vinden, en dat is nu nog steeds zo. We hebben ervoor gekozen om een heel nieuw huis voor Ingrid te laten bouwen. Dat is toekomstbestendig, dus alles gelijkvloers en zonder drempels. Nadat haar woning af was, hebben we met een paar relatief kleine ingrepen het oude huis naar onze wensen aangepast, zodat dat nu echt van Stephanie en mij is.

‘We gaan hier nooit meer weg’

Vreemd genoeg bleek de financiering de grootste drempel. Het liefst waren we met z’n drieën eigenaar geworden van beide huizen, maar daar wilde de bank niet aan. Ondanks dat we alle drie een goed inkomen hebben. Heel frustrerend. Iedereen heeft de mond vol van de participatiesamenleving, maar als puntje bij paaltje komt, loop je tegen allerlei muren op. Uiteindelijk hebben we de bouw voorgefinancierd met behulp van twee erfenissen, aangevuld met een lening van verschillende familieleden. Je kunt dus rustig zeggen dat het een echt familieproject is. Uiteraard hebben we duidelijke afspraken over geld gemaakt, om scheve ogen later te vermijden. Na de verhuizing was het even wennen, maar uiteindelijk zijn we er allemaal beter en gelukkiger van geworden. We delen niet alleen lief en leed, maar bijvoorbeeld ook onze auto’s en andere praktische zaken. Dat geeft ruimte; financieel én in ons hoofd. Ik weet het zeker: we gaan hier nooit meer weg.’

Ingrid: ‘Ik had altijd al een oogje op dit huis, toen het dertien jaar geleden op de markt kwam. Het staat op zo’n prachtige plek, aan de rand van een natuurgebied en tegelijkertijd vlakbij de stad. Dat mijn man en ik het konden kopen, was een droom die uitkwam; we zagen onszelf hier samen oud worden. Verdrietig genoeg werd hij een jaar na de verhuizing ongeneeslijk ziek. Na zijn overlijden was het eigenlijk een te grote belasting voor mij alleen. Maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om te vertrekken. Dit is mijn plek, met alle mooie en nare herinneringen die erbij horen. Vandaar dat ik het zo’n fantastisch idee vond om in de tuin te gaan wonen. Ik wil zo lang mogelijk mijn eigen leven blijven leiden, en met deze oplossing kan dat. Mijn enige zorg was of ik mijn andere dochter er niet mee voor het hoofd zou stoten. Als zij het echt niet had gewild, had ik het niet gedaan.

‘Ik ben helemaal gewend op mijn nieuwe stekje’

In november 2016 ben ik in mijn nieuwe huis getrokken. Eerlijk gezegd viel me dat zwaarder dan gedacht; ik liet toch een belangrijk deel van mijn leven achter. Bovendien moest ik erg wennen om Stephanie met haar gezin in mijn oude huis te zien. Het heeft zeker een half jaar geduurd voor ik mijn draai had gevonden. Inmiddels voel ik me echt thuis op mijn nieuwe stekje. De grootste winst vind ik het innige contact; je deelt automatisch meer als je zo dicht bij elkaar woont. En ik geniet van het feit dat ik zo nauw bij de levens van mijn kleinkinderen betrokken ben. Als Julius ’s ochtend bij me aanklopt om samen in bad te gaan, maakt mijn hart nog elke keer een sprongetje.’


OMA OOK IN DE TUIN?

Ingrid is nog gezond en zelfstandig. Wie zorg nodig heeft, kan een mantelzorgwoning betrekken.

Wat is een mantelzorgwoning?

Een bij-, aan- of omgebouwd bouwwerk in het achtererfgebied van een woning. In een mantelzorgwoning woont maximaal één huishouden dat bestaat uit maximaal twee personen. Minstens één van hen ontvangt óf verleent mantelzorg. Dit betekent dus dat ook de mantelzorger in de mantelzorgwoning mag wonen.

Heb ik een bouwvergunning nodig?

De Rijksoverheid heeft nieuwe regels vastgesteld rond mantelzorgwoningen die gemeenten meer ruimte geven om af te wijken van bestemmingsplannen. Als er aantoonbaar sprake is van mantelzorg, is een omgevingsvergunning (bouwvergunning) voor de mantelzorgwoning niet nodig. De woning moet wel voldoen aan het Bouwbesluit, waarin eisen staan over veiligheid, gezondheid, milieu en isolatie.

Wie betaalt de woning?

De bouw of plaatsing van een mantelzorgwoning zijn voor eigen rekening. Vanuit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) zijn er vergoedingen mogelijk voor noodzakelijke woningaanpassingen, zoals een verhoogd toilet of bredere deuren. Sommige hulpmiddelen of aanpassingen vergoedt de zorgverzekering. Zoals technologische hulpmiddelen om lichten, ramen en deuren te bedienen of wek- en waarschuwingsapparatuur.

"Je deelt automatisch meer als je zo dicht bij elkaar woont."

Delen:

Gerelateerde content

560.000 klanten

560.000 klanten

De Friesland heeft 560.000 klanten.


Klanten geven een 8.3

Een 8.3 voor Klantcontacten

Klanten geven een 8.3 in de KlantenMonitor Zorgverzekeringen.