Doorgaan naar hoofdinhoud
Paralympisch wielrenster Alyda Norbruis

Goed gesprek

DE GROOTSTE OVERWINNING IS DIE OP MEZELF

 

Paralympisch wielrenster Alyda Norbruis realiseert zich dondersgoed dat het leven als topsporter haar lichamelijke beperkingen verergert. ‘Maar zolang ik blijf winnen, heb ik dat er graag voor over.

De vier paralympische medailles van wielrenster Alyda Norbruis zijn verrassend zwaar. En minstens zo verbazingwekkend: een aantal rammelt. ‘Dat is zo sinds de Paralympische Spelen van 2016’, legt Alyda uit. ‘De gouden, zilveren en bronzen medailles hebben elk een eigen geluid, zodat blinde sporters de kleur kunnen herkennen.’ Normaal bewaart ze haar meest kostbare trofeeën in een kluis. Maar in verband met een evenement waar ze optreedt, heeft ze ze daar even uitgehaald. ‘Hier heb ik het allemaal voor gedaan’, zegt ze, terwijl ze de zware plakken in haar handen weegt. ‘Ze maken het jarenlange afzien waard.

28 jaar geleden kreeg de Friese Alyda na haar - veel te vroege - geboorte een hersenbloeding. Als gevolg daarvan raakte ze linkszijdig spastisch en verlamd.

Bij cerebrale parese, zoals haar aandoening officieel heet, zijn de hersenen minder goed in staat om de juiste spanning aan de spieren door te geven, en om ze onderling te laten samenwerken. Patiënten kunnen zich daardoor slechter bewegen, hebben last van spasmen en krampen, en van verminderde spierkracht. ‘De eerste jaren van de lagere school voelde ik me echt een sukkeltje’, vertelt ze. ‘Dat veranderde toen ik na groep vijf op de mytylschool in Beetsterzwaag terechtkwam. Ineens was ik lichamelijk niet meer de slechtste, maar juist een van de betere kinderen in de klas. Dat deed wonderen voor mijn zelfvertrouwen. Ik ben daar echt opgebloeid.’

Van de mytylschool naar paralympisch kampioen klinkt als een lange weg. Hoe ben je daar gekomen?

Ik ben altijd gek op sporten geweest. Op mijn vierde stond ik al op het korfbalveld. Helaas bleek ik niet goed genoeg om de absolute top te kunnen bereiken, en dat is voor mij het enige wat telt. Ik wil alleen meedoen als ik voor de prijzen kan gaan. Als tiener heb ik nog een tijd op hoog niveau geskied, maar uiteindelijk vond ik mijn passie in het wielrennen. Dat bleek me op het lijf geschreven; een jaar nadat ik voor het eerst op mijn fiets met wat kleine aanpassingen aan het stuur stapte, won ik zilver op de Paralympische Spelen in Londen. Vier jaar later volgde twee keer goud en één keer brons in Rio. Inmiddels ben ik alweer zes jaar officieel topsporter.

Wat betekent dat?

Als beroepssporter met een A-status ontvang je een salaris van NOC-NSF. Helaas is dat bij lange na niet genoeg om in mijn levensonderhoud te kunnen voorzien én al mijn onkosten van te kunnen betalen. Vandaar dat ik de hulp van sponsors nodig heb; zonder hen zou ik geen prof kunnen zijn. Overigens geldt de A-status maar voor een beperkte periode, van een half jaar of een jaar. Ik moet mezelf dus steeds opnieuw bewijzen om die te behouden.

Hoe ziet een gemiddelde dag er voor jou uit?

Ik train zes dagen per week, in aanloop naar een grote wedstrijd zelfs zeven. Op de wielerbaan natuurlijk, maar ook krachttraining en pilates maken onderdeel uit van mijn programma. Verder lig ik regelmatig op de bank bij de fysiotherapeut of de masseur.’

Zo te horen blijft er weinig tijd over voor andere dingen.

‘Klopt. Mijn sport staat op nummer één, daar moet alles voor wijken. Het moeilijkste vind ik dat ik mijn familie minder zie dan ik zou willen. Door de week woon ik in Deventer, dicht bij de trainingsbaan in Apeldoorn. Dan mis ik mijn thuishaven. De nuchterheid van de Friezen, de rust en de ruimte; ik zou nooit permanent zonder Friesland kunnen.’

Wat doe je verder om gezond te blijven?

‘Regelmaat en structuur zijn heel belangrijk om optimaal te kunnen presteren, dus ik probeer elke dag op dezelfde tijd op te staan en te gaan slapen. En ik let erg op wat ik eet; een voedingsdeskundige heeft een speciaal dieet voor me samengesteld.’

Dat betekent vast: nooit snoepen.

‘Zo streng is het ook weer niet; ik mag twee keer per week iets lekkers. Het diëten moet geen obsessie worden.’

Pleeg je met zo’n zwaar trainingsprogramma geen roofbouw op je lichaam?

‘Zeker weten. Het trainen werkt als een trigger, en maakt mijn klachten erger. Als ik in een wedstrijd alles heb gegeven, kan ik daarna soms nauwelijks opstaan. De spierkrampen zijn dan zó heftig. Zelfs eten gaat in zo’n geval een tijdje moeilijk, waardoor ik vloeibaar voedsel moet gebruiken. Om het allemaal vol te houden, slik ik dagelijks spierverslappers. Als ik vandaag zou stoppen met fietsen, weet ik zeker dat ik me over een paar maanden lichamelijk veel beter voel.’

Voor een buitenstaander is het moeilijk te begrijpen dat je bewust iets doet waarvan je weet dat het je klachten verergert.

‘Ik realiseer me dat het bizar klinkt. Topsport is ook helemaal niet gezond. Maar de beloning is het afschuwelijke afzien voor mij meer dan waard.’

Wat is die beloning?

‘Winnen. Tweede of derde worden is voor mij een mislukking. Ik heb mijn hele leven getwijfeld: ben ik wel goed genoeg? Als ik op de hoogste tree van het podium sta, voelt het als de ultieme bevestiging dat ik toch iets kan. De grootste overwinning is niet die op mijn concurrenten, maar die op mezelf.’

Frustreert het je dat paralympische sporters minder aandacht en waardering krijgen dan valide sporters?

‘Ontzettend! Vooral omdat wij onszelf even hard afbeulen. Misschien zelfs wel harder, omdat wij ons altijd extra moeten bewijzen. En toch lijkt het nooit genoeg. Daarom vind ik het zo belangrijk om een voorbeeld te zijn voor jongeren met een beperking. Via de stichting Fryske Parasporthelden en mijn eigen stichting Kopgroep Alyda stimuleer ik jonge parasporters om vooral door te gaan. Ook ondersteun ik hen, bijvoorbeeld met begeleiding en faciliteiten. Door te focussen op wat wél kan, is het mij gelukt om de top te bereiken. Dat gun ik anderen ook.’

Kun je zelf wel van je successen genieten?

‘Niet zoveel als ik zou willen. Ik ben zelf mijn grootste criticus, de lat moet altijd hoger. Het zou fijn zijn als ik stil kon staan bij wat ik allemaal al heb bereikt. Hopelijk komt dat nog.’

Hoe lang kun je dit werk nog doen?

‘Ik wil in ieder geval door tot de Paralympische Spelen van 2020 in Tokio. Intussen begin ik heel voorzichtig na te denken over mijn leven daarna. Ik heb de studie bewegingsagogie afgerond, om mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking met sport en beweging te kunnen begeleiden. Misschien wil ik ook nog een zorgopleiding volgen. Voor ik topsporter werd, was ik honderd procent afgekeurd en had ik een Wajong-uitkering. Maar daar laat ik me natuurlijk niet door weerhouden. “Kan niet” bestaat voor mij niet.’

Naam Alyda Norbruis | Leeftijd 28 | Woonplaats Ureterp en Deventer | Beroep Professioneel wielrenster | Sinds Juni 2011 | Erelijst 2 x goud, 1 x zilver en 1 x brons op de Paralympische Spelen (2012 en 2016). 7 x goud, 3 x zilver en 1 x brons op het WK Paracycling (2012, 2014, 2015 en 2017)

Delen:

Gerelateerde content

560.000 klanten

560.000 klanten

De Friesland heeft 560.000 klanten.


Klanten geven een 8.3

Een 8.3 voor Klantcontacten

Klanten geven een 8.3 in de KlantenMonitor Zorgverzekeringen.